telemonitoring
Vragenlijsten in hartfalenzorg
Aernoud Fiolet (UMC Utrecht) beschrijft in zijn commentaar dat vroege identificatie van vochtophoping bij hartfalen de uitkomsten verbetert, waarbij telemonitoring veelbelovend is. Een studie van Arno Gingele (Maastricht UMC) evalueerde een door patiënten ingevulde vragenlijst ten opzichte van de beoordeling van vochtstatus door een HF-verpleegkundige.
Evaluatie van de vochtstatus bij patiënten met hartfalen
Het Maastricht Decompensation Questionnaire (MDQ) helpt via klachten en symptomen de vochtstatus bij hartfalenpatiënten te beoordelen. In een studie met 103 ouderen herkende het instrument decompensatie redelijk betrouwbaar, vooral bij niet-decompensatie. Verdere validatie en aanpassing zijn nodig om de nauwkeurigheid en bruikbaarheid in eHealth-toepassingen te vergroten.
Telemedicine bij hartfalen: belofte zonder duidelijkheid
Jorna van Eijk en collega's beschrijven in hun artikel dat telemedicine uitkomsten bij hartfalen kan verbeteren, maar bewijs uit RCT’s blijft versnipperd. In 15 studies met 21 subgroepen waren effecten op sterfte en ziekenhuisopnames wisselend en vaak gebaseerd op kleine, inconsistent gedefinieerde patiëntengroepen. Voornamelijk oudere mannen met HFrEF werden onderzocht. Traditionele RCT’s bieden onvoldoende houvast; real-world data zijn nodig om te bepalen wie werkelijk baat heeft.





Zorgoplossing of alarmvervuiling?