atriumfibrileren
Kwaliteit van leven na PVI: wie profiteert het meest?
Het verbeteren van de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven (HRQoL) is één van de belangrijkste redenen om te kiezen voor een pulmonaalvene-isolatie (PVI) bij de behandeling van symptomatisch atriumfibrilleren. Maar ervaren alle patiënten dezelfde verbetering
Een alarmerend ECG
Een 85‑jarige man kwam op de poli met retrosternale pijn en dyspneu. Zijn voorgeschiedenis omvatte een CABG, meerdere PCI’s en paroxismaal atriumfibrilleren. Bij opname had hij een bloeddruk van 82/48 mm Hg, een hartfrequentie van 34 bpm, acuut nierletsel en stijgende hs‑troponinewaarden.
Antistolling: vriend en vijand tegelijk
Trigger-induced atriumfibrilleren (TIAF) is een ritmestoornis die vaak voorkomt bij kritisch zieke patiënten. Duidelijke aanbevelingen over het gebruik van antistolling ontbreken echter. Jasper Koolwijk (Catharina Ziekenhuis) en collega’s voerden een meta-analyse uit naar het effect van antistollingstherapie op het optreden van trombose, bloedingen en mortaliteit - zowel tijdens de opname als op de langere termijn.
Rhythm Puzzle | Onverwachte AV-geleiding bij paroxismaal AF
Een 72-jarige man met een voorgeschiedenis van paroxismaal atriumfibrilleren kwam voor zijn jaarlijkse cardiologische controle. Hij gaf aan zich goed te voelen, zonder klachten of symptomen. Het lichamelijk onderzoek liet geen afwijkingen zien en het rust-ECG wordt weergegeven (Figuur 1). De patiënt werd verwezen naar de spoedeisende hulp voor telemetrische observatie en verdere analyse.
Ziekenhuiszorg bij atriumfibrilleren
Melissa Middeldorp (UMCG) en collega’s beschrijven dat patiënten met atriumfibrilleren (AF) vaker gebruik maken van ziekenhuiszorg dan patiënten zonder hart- en vaatziekten. Hun onderzoek toont aan dat dit verschil grotendeels wordt veroorzaakt door het aantal aanwezige co-morbiditeiten en de leeftijd.
Remote monitoring als toekomst van devicezorg?
In de HERO-studie onderzochten Fleur Adriaansen en collega’s (Rijnstate, Arnhem) de effectiviteit van het gebruik van remote monitoring in een Nederlandse populatie pacemakerpatiënten. Ritmestoornissen werden in dit retrospectieve onderzoek niet sneller gediagnosticeerd in de groep met remote monitoring.
Slimme zorg op afstand
De studie van Melanie Reijrink-de Boer (St. Antonius, Nieuwegein) en collega’s toont aan dat telemonitoring via een smartphone-app de nazorg na behandeling van atriumfibrilleren evident kan verbeteren. Patiënten die de app gebruikten, hadden minder ziekenhuisbezoeken en -opnames nodig en ondergingen minder ECG's en Holter-onderzoeken dan patiënten met traditionele nazorg.
Vrouwen goed vertegenwoordigd in AF-onderzoek
In het UMCG werden 1739 patiënten met atriumfibrilleren gescreend voor deelname aan acht klinische studies. Vrouwen (41,5%) waren gemiddeld ouder, maar niet ondervertegenwoordigd of minder bereid tot deelname. De participation-to-prevalence ratio liet zien dat vrouwen in verhouding tot de algemene AF-populatie goed vertegenwoordigd zijn. Het gebruik van PPR en screeningslogs bevordert eerlijke onderzoeksdeelname.
Opsporen van klinisch AF in kwetsbare ouderen
Lenneart Zwart (Dijklander Ziekenhuis, Hoorn) en collega’s beschrijven in hun artikel dat de GERAF-studie zich richt op screening van oudere patiënten op klinisch atriumfibrilleren en evaluatie van behandeling met orale anticoagulantia.











Het onbekende te lijf. Hoe komen we onbekende aspecten van atriumfibrilleren op het spoor?