hartfalen
Ernstige mitralisklepinsufficiëntie, maar asymptomatisch: opereren of afwachten?
In een recente analyse beschrijven Sulayman el Mathari (Erasmus MC), Rosemarijn Jansen (St. Antonius) en collega’s de bevindingen van de DutchAMR-studie, waarin twee behandelstrategieën bij asymptomatische patiënten met ernstige mitralisklepinsufficiëntie werden vergeleken: active surveillance versus early surgery. Steven Chamuleau en Rosemarijn Jansen licht in deze video de challenges van deze studie toe en wat deze bevindingen betekenen voor de behandeling van deze patiëntengroep.
Onverklaarbare dyspneu onthult aangeboren aorto‑atriale fistel en ASD
Een 37‑jarige man presenteerde zich met progressieve dyspneu en oedeem. Echocardiografie toonde een aangeboren aorto‑atriale fistel vanuit de non‑coronaire sinus naar het rechteratrium en een 16‑mm ASD met een significant links‑rechts‑shunt, zonder tekenen van endocarditis.
Grote regionale verschillen in LVAD-implantaties: tijd voor scherpere aandacht?
Hoe gelijk is de toegang tot geavanceerde hartfalenzorg in Nederland écht? Onderzoekers Valérie Drost (Erasmus MC), Maaike Wösten (UMC Utrecht) en collega’s brachten alle primaire LVAD-implantaties van de afgelopen negen jaar in kaart.
De regionale verschillen springen direct in het oog.
Kan een subtiele atriale maat onze kijk op secundaire mitralisregurgitatie veranderen?
Bij secundaire mitralisregurgitatie kijken we vaak naar ventrikels en MR-graden. Maar wat als een atriale functie-maat precies die extra informatie biedt die we nu missen? Een recente studie van Ricardo Carvalheiro et al. verkent dit vraagstuk
Wel of geen poliklinische controle na presentatie met aspecifieke pijn op de borst?
Uit onderzoek in het Rijnstate Ziekenhuis blijkt dat routinematig vervolg juist vaker leidt tot terugkeer naar de Eerste Hart Hulp: 13,6% mét follow up, 5,1% zónder follow up.
Tegelijkertijd waren er geen verschillen in harde eindpunten zoals hartinfarcten of cardiovasculaire sterfte.
Kun je richtlijnen verbeteren met één simpele ingreep?
Een lokaal, geactualiseerd behandelprotocol blijkt meer impact te hebben dan je denkt, zelfs op complexe hartfalenzorg. Ondanks alle vooruitgang in de behandeling van acuut hartfalen blijft één uitdaging opvallend hardnekkig: het consequent toepassen van de nieuwste ESC richtlijnen in de dagelijkse klinische praktijk
HFpEF scores: diagnostisch voor vrouwen en mannen?
De meest gebruikte scores of algoritmen voor het diagnosticeren van hartfalen met behouden ejectiefractie (HFpEF) zijn niet ontwikkeld met sekseverschillen in gedachten. Anouk Achten en Jerremy Weerts (MUMC+) en collega’s onderzochten in twee Nederlandse cohorten of de prestaties van de HFA-PEFF, H2FPEF en ESC 2016-criteria verschilden tussen vrouwen en mannen. Hoewel de algoritmes over het algemeen goed presteerden, leken ze bij mannen minder accuraat. Afhankelijk van het gekozen algoritme, kan dit verschil zowel onder- als overdiagnostiek veroorzaken.
Een hart met een twist
Tijdens een coronair angiografie bij een 72-jarige patiënte met hypertensie en recent hartfalen stuitten cardiologen op een opmerkelijke bevinding: een hartvormig aneurysma in de linker anterieure dalende kransslagader. Na bespreking in het multidisciplinaire hartteam (Zuyderland MC) werd gekozen voor een percutane ingreep. De interventie verliep succesvol, waarmee een zeldzaam en visueel bijzonder coronair probleem effectief werd behandeld.
Hartlevertransplantatie biedt perspectief
Ryan Accord (UMCG) en collega’s laten aan de hand van twee casussen zien hoe subtiele maar cruciale afwegingen kunnen leiden tot de keuze tussen afwijzing, een geïsoleerde harttransplantatie of een gecombineerde hart-levertransplantatie.
Geen linker ventrikel hypertrofie, toch amyloïdose?
Anouk Achten (MUMC+) en collega’s screenden in hun studie screenden een algemene HFpEF-populatie en vonden een ATTR-CM-prevalentie van 3%. Opvallend was dat een derde van deze patiënten géén verdikte hartspierwand had, wat pleit voor vroege opsporing zonder enkel te vertrouwen op echocardiografie.











