Onderzoek
Mechanische ondersteuning in cardiogene shock
Jan-Willem Balder (UMCU) en collega’s beschrijven in hun artikel een nieuwe mechanische ondersteuning configuratie die veno-arteriële extracorporale membraanoxygenatie combineert met Impella, de zogeheten ECPELL. ECPELLA kan dienen als bridge-to-decision om de geschiktheid voor implantatie van een left ventricular assist device te beoordelen.
Opsporen van klinisch AF in kwetsbare ouderen
Lenneart Zwart (Dijklander Ziekenhuis, Hoorn) en collega’s beschrijven in hun artikel dat de GERAF-studie zich richt op screening van oudere patiënten op klinisch atriumfibrilleren en evaluatie van behandeling met orale anticoagulantia.
ECPR: verbeterde overleving?
Samir Ali (Erasmus MC, Rotterdam) en collega’s beschrijven in hun artikel dat hoewel de overlevingspercentages voor een hartstilstand buiten het ziekenhuis (OHCA) zijn verbeterd, de prognose voor refractaire OHCA slecht blijft.
Met grote macht komt grote verantwoordelijkheid
Louis Handoko (AUMC, Amsterdam) en collega’s benadrukken in hun artikel de hoge waarde en de aanzienlijke uitdagingen van gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken (RCT's) in klinisch onderzoek.
Tijd voor een nieuw paradigma?
Joyce Heutinck (RadboudUMC) beschrijft een actueel overzicht de onderliggende fysiologische mechanismen die tot de gunstige effecten van fysieke training leiden bij patiënten met stabiele angina pectoris
Percutane aortaklepimplantatie: waar gaan we heen?
Guest editors Ronak Delewi (Amsterdam UMC) en Michiel Voskuil (UMC Utrecht) brengen de special TAVI onder de aandacht: ‘Deze special gaat over onderwerpen die de onderzoekswereld van de percutane aortaklepimplantatie (TAVI) voor de behandeling van ernstige symptomatische aortaklepstenose anno 2023 bezig houd
Nieuwe Myval-hartklep toont veilige en effectieve resultaten
In een prospectieve studie van Jonathan Halim (Amphia ziekenhuis) werd bij 120 patiënten met ernstige aortaklepstenose werd de veiligheid en werking van de nieuwe Myval-balloon-expandable (BE) hartklep onderzocht. Na zes maanden bedroeg de totale sterfte 5,8%, waarvan slechts 0,8% cardiaal.








