Wetenschap toegelicht
Ambitie in de cardiologie
Ambitie aan het begin van de academische loopbaan zegt veel over de leiders van morgen. In een onderzoek onder 143 Nederlandse cardiovasculaire promovendi ontrafelen Birgit Goversen en Elise Kessler een herkenbaar, maar opvallend onderbelicht patroon. Een belangrijke spiegel voor iedereen die betrokken is bij opleiden, begeleiden en aanstellen binnen de wetenschap.
Hoe maak je het zorgpad na een AF katheterablatie zowel efficiënter als patiëntvriendelijker?
Miriam Scheurwater (Catharina ziekenhuis) beschrijft in deze video de resultaten van haar studie, waarin het gebruik van sluitingsdevices leidt tot een aanzienlijk sneller en eenvoudiger zorgpad en zonder stijging van de zorgkosten.
Coronaire flow en microvasculaire weerstand: ANOCA in de spotlight
De ontwikkelingen binnen de invasieve coronaire diagnostiek gaan razendsnel. Een van de meest veelbelovende nieuwkomers is MRR (Microvascular Resistance Reserve).
In het Catharina Ziekenhuis loopt een actief onderzoek naar deze new kid on the block en de eerste resultaten zijn veelbelovend.
Zwanger met een genetisch risico: wat vrouwen met de PLN variant écht nodig hebben
In samenwerking met Stichting PLN onderzochten Sietske Hogenhout (UMCG) en collega’s de voorkeuren van veertig vrouwen rondom preconceptie advies, genetische counseling en zwangerschapscontroles. De groeiende mogelijkheden voor pre-implantatiegenetische testen bieden nieuwe keuzes, maar roepen ook vragen op over risico’s en begeleiding.
Ernstige mitralisklepinsufficiëntie, maar asymptomatisch: opereren of afwachten?
In een recente analyse beschrijven Sulayman el Mathari (Erasmus MC), Rosemarijn Jansen (St. Antonius) en collega’s de bevindingen van de DutchAMR-studie, waarin twee behandelstrategieën bij asymptomatische patiënten met ernstige mitralisklepinsufficiëntie werden vergeleken: active surveillance versus early surgery. Steven Chamuleau en Rosemarijn Jansen licht in deze video de challenges van deze studie toe en wat deze bevindingen betekenen voor de behandeling van deze patiëntengroep.
Hoe groot is de variatie in ablatiestrategieën bij herablatie?
Federico Magni (UMCG) en collega’s onderzochten deze vraag in een multicenterstudie op basis van gegevens uit de Nederlandse Hartregistratie. Zij brachten in kaart welke ablatiestrategieën worden toegepast bij patiënten die bij een herablatie nog steeds duurzaam geïsoleerde longvenen hebben.
Grote regionale verschillen in LVAD-implantaties: tijd voor scherpere aandacht?
Hoe gelijk is de toegang tot geavanceerde hartfalenzorg in Nederland écht? Onderzoekers Valérie Drost (Erasmus MC), Maaike Wösten (UMC Utrecht) en collega’s brachten alle primaire LVAD-implantaties van de afgelopen negen jaar in kaart.
De regionale verschillen springen direct in het oog.
Wel of geen poliklinische controle na presentatie met aspecifieke pijn op de borst?
Uit onderzoek in het Rijnstate Ziekenhuis blijkt dat routinematig vervolg juist vaker leidt tot terugkeer naar de Eerste Hart Hulp: 13,6% mét follow up, 5,1% zónder follow up.
Tegelijkertijd waren er geen verschillen in harde eindpunten zoals hartinfarcten of cardiovasculaire sterfte.
Kun je richtlijnen verbeteren met één simpele ingreep?
Een lokaal, geactualiseerd behandelprotocol blijkt meer impact te hebben dan je denkt, zelfs op complexe hartfalenzorg. Ondanks alle vooruitgang in de behandeling van acuut hartfalen blijft één uitdaging opvallend hardnekkig: het consequent toepassen van de nieuwste ESC richtlijnen in de dagelijkse klinische praktijk
TAVI in Nederland: van pioniersfase naar volwassen zorg
In minder dan tien jaar tijd is transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) uitgegroeid tot een standaardbehandeling – en de resultaten spreken voor zich. Uit een analyse van bijna 20.000 Nederlandse TAVI-procedures blijkt dat vrouwen iets vaker te maken krijgen met MVC en beroertes, terwijl mannen juist een iets hoger risico hebben op PPI en sterfte binnen een jaar. De inzichten in uitkomsten na een TAVI interventie kunnen helpen om patiënten beter te informeren en gerichter te begeleiden, voor en na de ingreep.











