Wetenschap toegelicht
Grote regionale verschillen in LVAD-implantaties: tijd voor scherpere aandacht?
Hoe gelijk is de toegang tot geavanceerde hartfalenzorg in Nederland écht? Onderzoekers Valérie Drost (Erasmus MC), Maaike Wösten (UMC Utrecht) en collega’s brachten alle primaire LVAD-implantaties van de afgelopen negen jaar in kaart.
De regionale verschillen springen direct in het oog.
Wel of geen poliklinische controle na presentatie met aspecifieke pijn op de borst?
Uit onderzoek in het Rijnstate Ziekenhuis blijkt dat routinematig vervolg juist vaker leidt tot terugkeer naar de Eerste Hart Hulp: 13,6% mét follow up, 5,1% zónder follow up.
Tegelijkertijd waren er geen verschillen in harde eindpunten zoals hartinfarcten of cardiovasculaire sterfte.
Kun je richtlijnen verbeteren met één simpele ingreep?
Een lokaal, geactualiseerd behandelprotocol blijkt meer impact te hebben dan je denkt, zelfs op complexe hartfalenzorg. Ondanks alle vooruitgang in de behandeling van acuut hartfalen blijft één uitdaging opvallend hardnekkig: het consequent toepassen van de nieuwste ESC richtlijnen in de dagelijkse klinische praktijk
TAVI in Nederland: van pioniersfase naar volwassen zorg
In minder dan tien jaar tijd is transkatheter aortaklepimplantatie (TAVI) uitgegroeid tot een standaardbehandeling – en de resultaten spreken voor zich. Uit een analyse van bijna 20.000 Nederlandse TAVI-procedures blijkt dat vrouwen iets vaker te maken krijgen met MVC en beroertes, terwijl mannen juist een iets hoger risico hebben op PPI en sterfte binnen een jaar. De inzichten in uitkomsten na een TAVI interventie kunnen helpen om patiënten beter te informeren en gerichter te begeleiden, voor en na de ingreep.
Linker hartoorsluiting: als de praktijk sneller gaat dan de wetenschap
Wat als een veelbelovende behandeling niet verder onderzocht kan worden, omdat de realiteit sneller beweegt dan de wetenschap?
Dat is precies wat er gebeurde bij de COMPARE LAAO-trial, waarin Errol Aarnink de effectiviteit en veiligheid van linker hartoorsluiting onderzocht bij AF-patiënten met een hoog trombo-embolisch risico die geen orale anticoagulantia kunnen gebruiken.
Wat betekent dit voor Nederlandse patiënten? Hun toegang tot deze behandeling zal afhangen van bestaand observationeel bewijs en toekomstige studies in bredere populaties.
Vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd in WCN-trials!
Vrouwen nemen nog altijd minder vaak deel aan klinische studies naar hart- en vaatziekten. Dit blijkt uit het artikel van Marte van Bijl (Erasmus MC) en collega’s waarvan slechts 29% van de ruim 800.000 deelnemers vrouw was. In meer dan de helft van de studies waren vrouwen ondervertegenwoordigd ten opzichte van hun aandeel in de patiëntpopulatie. Ook droegen zij minder vaak bij aan de primaire eindpunten dan hun aandeel in de studiepopulatie zou doen vermoeden.
Op weg naar gelijke hartzorg voor vrouwen
Arsalan Siddiqui (UNLV Las Vegas) en collega’s bevestigen in hun artikel dat hart- en vaatziekten wereldwijd de grootste doodsoorzaak zijn, maar vrouwen krijgen structureel minder effectieve zorg. Hun klachten worden vaker gemist of verkeerd geïnterpreteerd, omdat richtlijnen en diagnostiek vooral op mannen zijn gebaseerd. Onderzoek toont aan dat gender elke stap beïnvloedt: van risicofactoren tot minder accurate tests bij vrouwen. Toch blijven zij ondervertegenwoordigd in klinische studies, waardoor essentiële kennis ontbreekt.
Het gescheurde vat: een blik op SCAD
Debbie Kalkman (Amsterdam UMC) en collega’s beschrijven in hun overzichtsartikel dat spontane coronaire arteriedissectie (SCAD) een zeldzame maar belangrijke oorzaak is van het acuut coronair syndroom. De herkenning blijft een uitdaging, omdat klassieke cardiovasculaire risicofactoren vaak ontbreken en het doorgaans relatief jonge vrouwen betreft.
Vrouwenhartonderzoek in Nederland: van onderbelicht naar vooruitgang
Elisa Dal Canto (UMCU) beschrijft hoe hart- en vaatziekten nog altijd een van de belangrijkste doodsoorzaken bij vrouwen zijn, maar lange tijd onderbelicht bleven in onderzoek en diagnostiek. In de afgelopen jaren is daar verandering in gekomen. Dankzij initiatieven van onder meer de Hartstichting en samenwerkingen binnen consortia als IMPRESS is een sterke infrastructuur ontstaan om vrouwspecifieke hartziekten beter te begrijpen en te behandelen
HFpEF scores: diagnostisch voor vrouwen en mannen?
De meest gebruikte scores of algoritmen voor het diagnosticeren van hartfalen met behouden ejectiefractie (HFpEF) zijn niet ontwikkeld met sekseverschillen in gedachten. Anouk Achten en Jerremy Weerts (MUMC+) en collega’s onderzochten in twee Nederlandse cohorten of de prestaties van de HFA-PEFF, H2FPEF en ESC 2016-criteria verschilden tussen vrouwen en mannen. Hoewel de algoritmes over het algemeen goed presteerden, leken ze bij mannen minder accuraat. Afhankelijk van het gekozen algoritme, kan dit verschil zowel onder- als overdiagnostiek veroorzaken.











